Overzicht van de camera

Schermelementen

Algemeen

  1. Resultatentabel.

  2. Statuspictogrammen.

  3. Knop voor livebeeld.

  4. Galerijknop.

  5. Knop Opties.

  6. Menuknop.

  7. Spotmeter.

  8. Temperatuurschaal.

Statuspictogrammen

Indicator voor de batterijstatus.

  • Wanneer de status van de batterij 20-100% is, is de indicator wit.

  • Wanneer de batterij wordt opgeladen, is de indicator groen.

  • Wanneer de status van de batterij lager is dan 20%, is de indicator rood.

De resterende opslagcapaciteit van het camerageheugen is minder dan 100 MB.

Swipe-downmenu

U opent het swipe-downmenu door uw vinger boven aan het scherm te plaatsen en omlaag te vegen.

  1. Indicator voor de batterijstatus.

  2. Bedieningsknoppen:

    • Knop Wi-Fi: Tik op deze knop om de Wi-Fi in of uit te schakelen. Zie ook het gedeelte Verbinding maken met Wi-Fi.

    • Knop Bluetooth: Tik op deze knop om Bluetooth in of uit te schakelen. Zie ook het gedeelte Bluetooth verbinding.

    • Knop uploaden: Tik op deze knop om het automatisch uploaden van beelden in of uit te schakelen. Zie ook het gedeelte Automatische upload.

    • Knop Lamp: Tik op deze knop om de cameralamp in of uit te schakelen.

  3. Schuifbalk voor schermhelderheid: wordt gebruikt om de helderheid van het scherm te regelen.

  4. Indicator voor het camerageheugen.

  5. De gebruikersaccount FLIR Ignite waarmee de camera is gekoppeld. Raadpleeg paragraaf Koppelen met FLIR Ignite voor meer informatie.

Waarschuwing voor oververhitting

Voor de veiligheid van de batterij wordt een waarschuwing weergegeven als deze te heet wordt:

  1. Een indicator geeft een visuele waarschuwing aan de gebruiker dat de warmtebeeldcamera op het punt staat te worden uitgeschakeld vanwege de interne oververhitting.

  2. Als de camera in gebruik blijft, verschijnt er een melding op het scherm en wordt de camera automatisch uitgeschakeld.